Sorry. Het lag niet aan jou. Het lag aan mij. Ik groeide op bij je kleine achterbuurvrouw. Een beetje een suffe muts. Helemaal in vergelijking met jou, dus af toe kwam ik bij je op bezoek. Zonder dat er sprake was van echte liefde, ben ik op een gegeven moment zelfs bij je ingetrokken. Een soort verstandshuwelijk waarin je heel erg je best deed om mij gelukkig te maken. Maar ik wilde het niet zien. Ik dacht dat ik elke dag naar kantoor moest en dat een hypotheekhuisje, boompje en beestje de hoogst haalbare doelen in het leven waren. Misschien dat je buurvrouw dit altijd in haar slaap mompelt als een soort mantra wat zich in mijn hersenen wortelde. Ik weet het niet en het maakt ook niet uit. Want ik was diegene die geen oog had voor je schoonheid. En ik was het die bij je weg ging. Op zoek naar een thuis.

Zestien maanden had ik rond gezworven toen ik je weer tegen kwam. De regendruppels vielen op mijn zongebleekte haar en ik voelde de koude wind door mijn jas heen blazen. Ondanks dat ik dit Hollandse weer geen seconde had gemist en ik er niet op gekleed was, deed het me niks. Met een grijns op mijn gezicht en een brok in mijn keel, wandelde ik door je straten. In een wijk die in geen enkele reisgids wordt genoemd, liep ik rond als een kind in een snoepwinkel. Ineens zag ik het. Dat ik hier helemaal niks moet en dat ik kan zijn wie ik wil. Dat bij jou alles mogelijk is. Amsterdam, jij bent mijn thuis.

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on Google+0Email this to someone
Share